Wat moet een taxichauffeur kennen en kunnen?

 

Sociaal Fonds Taxi heeft in een nieuw, actueel beroepscompetentieprofiel Taxichauffeur op laten stellen dat aansluit bij de ontwikkelingen in de branche. Het rapport (februari 2010) geeft een overzicht van de benodigde vakkennis en vaardigheden van een ervaren taxichauffeur. Dit beroepscompetentieprofiel vormt nu ook het uitgangspunt voor de MBO-opleiding taxichauffeur. Vanzelfsprekend is het ook de basis voor alle opleidingen van Sociaal Fonds Taxi .

Beroepscompetentieprofiel taxichauffeur

In de rapportage leest u in hoofdstuk 4 meer over het beroepscompetentieprofiel. In hoofdstuk 5 worden de benodigde vakkennis en vaardigheden beschreven.

Het beroepscompetentieprofiel in vogelvlucht

De taxibranche kent over het algemeen twee typen chauffeurs. Er zijn taxichauffeurs die vooral straattaxivervoer uitvoeren. Aan de andere kant zijn er taxichauffeurs die voornamelijk
contractvervoer verzorgen. Er bestaat veel overlap in de kerntaken, werkprocessen en
competenties van beide typen taxichauffeurs. Dit profiel beschrijft dan ook beide typen chauffeurs. Het huisartsenvervoer wordt in dit beroepscompetentieprofiel buiten beschouwing gelaten. De taxibranche kent een aantal specialisaties. De belangrijkste specialisaties zijn o.a.

  • leerlingenvervoer;
  • directie- en VIP-vervoer;
  • zittend ziekenvervoer;
  • openbaar vervoer onder taxi;
  • rolstoelvervoer;
  • straattaxi.

 

Kerntaken

Kerntaak 1 Voert personenvervoer uit over de weg
1.1 Controleert en draagt zorg voor het voertuig en middelen
1.2 Bereidt de (combi)rit voor
1.3 Neemt professioneel deel aan het verkeer
1.4 Vervoert passagiers
1.5 Treedt op bij ongevallen/incidenten in het verkeer
1.6 Voert ondersteunende administratieve activiteiten uit


Kerntaak 2 Gaat op professionele wijze om met passagiers
2.1 Assisteert passagiers
2.2 Begeleidt passagiers uit verschillende doelgroepen
2.3 Informeert en adviseert passagiers
2.4 Voorkomt en treedt op bij problemen met of tussen passagiers

 

Competenties

  1. Controleren van en zorg dragen voor het voertuig en middelen
  2. Voorbereiden van de (combi)rit
  3. Professioneel deelnemen aan het verkeer
  4. Vervoeren van passagiers
  5. Vervoeren van rolstoelen en scootmobielen
  6. Optreden bij ongevallen/incidenten in het verkeer
  7. Assisteren van passagiers
  8. Begeleiden van passagiers uit verschillende doelgroepen
  9. Informeren en adviseren van passagiers
  10. Voorkomen van en optreden bij problemen met of tussen passagiers 
  11. Klantvriendelijk handelen 
  12. Bewaken kwaliteit eigen werkzaamheden 
  13. Professionele werkrelatie onderhouden met het taxibedrijf