1.8.1 Meldingsplicht werknemer

Werknemer is verplicht werkgever direct te informeren als hij, al dan niet tijdelijk, niet langer bevoegd is om taxivervoer te verrichten, omdat hij, al dan niet tijdelijk, niet langer over een geldige chauffeurskaart taxi (waaronder begrepen geldige verklaring omtrent het gedrag en geldige medische verklaring) of, al dan niet tijdelijk, niet langer over een geldig rijbewijs beschikt.


1.8.2 Toestemming voor ander werk

De werknemer is verplicht bij indiensttreding de werkgever te melden of hij elders (betaalde of onbetaalde) werkzaamheden verricht.

De werknemer mag geen arbeid in loondienst verrichten voor derden, zaken voor eigen rekening doen of als vertegenwoordiger voor derden optreden, tenzij hij hiervoor schriftelijke toestemming heeft van werkgever. Werkgever geeft de toestemming, tenzij hij aannemelijk kan maken dat er sprake is van een kans op schade, een te grote werkbelasting , overtreding van geldende wet en regelgeving of het ontstaan van een belangenconflict. Werkgever deelt schriftelijk en gemotiveerd met werknemer de reden van afwijzing.

Toelichting op toestemming voor ander werk

De werknemer is verplicht bij indiensttreding de werkgever te melden of hij elders (betaalde of onbetaalde) werkzaamheden verricht, dit om de werkgever in staat te stellen na te gaan of de bepalingen uit de ATW en Atb-v al dan niet worden overtreden.
 

1.8.3 Geheimhouding bedrijfsinformatie

De werknemer moet informatie geheimhouden die niet voor derden bestemd is, met uitzondering van mededelingen die van hem kunnen worden verlangd op grond van wettelijke bepalingen of bedrijfsvoorschriften.
Iedere werknemer is echter, met inachtneming van het in het vorige zin gestelde, bevoegd mededelingen die wensen en bezwaren inhouden, aan de bestuurders van zijn vakvereniging mee te delen en toe te lichten.
 

1.8.4 Uiterlijke verzorging en dienstkleding

De werknemer zorgt ervoor dat hij tijdens diensttijd voldoet aan de in het bedrijf geldende normen voor uiterlijke verzorging en kleding.

Als de werkgever specifieke kleding voorschrijft, wordt dit aangemerkt als dienstkleding die door de werkgever wordt betaald.


Toelichting op dienstkleding

De werkgever kan verlangen dat de werknemer er verzorgd en correct gekleed uitziet als hij zijn werk doet. Dat kan betekenen dat spijkerkleding en open overhemd niet zijn toegestaan en dat het dragen van een stropdas verplicht is.

Als de werkgever echter bepaalde kleding voorschrijft, bijvoorbeeld een zwart pak met rode stropdas, dan komt deze kleding voor rekening van de werkgever.
Indien de werkgever dienstkleding verstrekt of een vergoeding voor kleding geeft, stelt de fiscus daar eisen aan. Om te voorkomen dat het voor de werknemer aantrekkelijk is om die dienstkleding ook privé te gebruiken heeft de fiscus bepaald dat dienstkledingstukken moeten zijn voorzien van een logo of firmanaam van een bepaald formaat. Indien dienstkleding niet is voorzien van logo’s, of als er een vergoeding voor kleding is verstrekt dan dient er belasting over de waarde of vergoeding afgedragen te worden.


1.8.5 Beheer geld van de werkgever

De werknemer dient gelden, die hem in het kader van zijn functievervulling zijn toevertrouwd en/of aan hem zijn afgedragen, zorgvuldig te bewaren of te gebruiken voor het doel waarvoor zij zijn verstrekt. Deze gelden moeten worden afgedragen zodra hij de gelden voor zijn dienst niet meer nodig heeft of wanneer de werkgever daarom vraagt, verlies ervan dient zo spoedig mogelijk te worden gemeld. De werknemer dient de afdracht van deze gelden op door de werkgever aan te geven wijze te bevestigen.
 

1.8.6 Afdracht geld aan de werkgever

De werkgever dient de werknemer, rekening houdend met het tijdstip waarop de dienst zal eindigen, gelegenheid te bieden om op nader aan te geven wijze tijdens diensttijd ontvangen gelden tegen ontvangstbewijs af te dragen.


1.8.7 Schade

Schade, die de werknemer bij de uitvoering van zijn werkzaamheden toebrengt aan de werkgever of aan een derde tegenover wie de werkgever verplicht is schade te vergoeden, kan in beginsel niet op de werknemer worden verhaald.
Hoge uitzondering op dit beginsel is de situatie waarin de schade het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer.

Van opzet is sprake wanneer de werknemer de bedoeling heeft gehad om schade toe te brengen.
Van bewuste roekeloosheid is alleen dan sprake wanneer de werknemer zich letterlijk bewust is van zijn handelingen en van het feit dat die handelingen tot schade kunnen leiden.
De bewijslast ligt in beide situaties bij de werkgever.
Als moet worden aangenomen dat de schade het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid dan moet de werkgever de volgende stappen ondernemen:

  • aan de werknemer binnen één maand nadat hij van de gebeurtenis kennis heeft genomen schriftelijk mee delen dat hij vergoeding van de schade zal eisen;
  • het bedrag van de schade zo snel mogelijk vaststellen, doch uiterlijk binnen één jaar nadat hij van de gebeurtenis kennis heeft genomen.


De hoogte van de vergoeding van de schade kan niet meer bedragen dan de kosten voor herstel of vervanging.
 

1.8.8 Rijvaardigheid beïnvloedende middelen

De werknemer dient vanaf het begin tot aan het eind van zijn diensttijd vrij te zijn van alcohol en andere middelen die de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden.

Als de werknemer geneesmiddelen gebruikt, dient hij aan zijn arts te vragen of deze middelen de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden. De werknemer stelt de werkgever op de hoogte van het oordeel van de arts. De werkgever neemt dat oordeel over.
 

1.8.9 Boetes verkeersovertredingen

Boetes die voortkomen uit verkeersovertredingen van de werknemer kunnen door de werkgever worden ingehouden op het loon.
Hierbij is het een voorwaarde dat de werkgever moet kunnen aantonen dat hij de werknemer tijdig in de gelegenheid heeft gesteld om tegen de boete bezwaar aan te tekenen of ertegen in beroep te gaan. De werkgever moet dan ook kunnen aantonen dat de werknemer van die mogelijkheid geen gebruik heeft gemaakt, of dat het bezwaar of beroep is afgewezen.
 

1.8.10 Medewerking aan medische keuringen

De werknemer verleent zijn medewerking aan medische keuringen die door de werkgever ten behoeve van zijn taakvervulling nodig worden geacht, tenzij dwingende medische bezwaren en/of wettelijke regelingen zich hiertegen verzetten.
 

1.8.11 Kosten voor de werkgever

Voor rekening van de werkgever komen de kosten voortkomend uit:

  • de geneeskundige verklaring, daaronder begrepen de daarvoor benodigde medische keuring;
  • overige keuringen en onderzoeken bedoeld in artikel 1.8.10;
  • specifieke bedrijfskleding die door de werkgever verplicht is gesteld.
  • de volgende kosten voor het verlengen van de chauffeurskaart:
    • de betreffende kosten die door KIWA Register in rekening worden gebracht;
    • de kosten voor de aanvraag van de verklaring omtrent het gedrag.


Bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst op verzoek van werknemer binnen 6 maanden nadat de in dit artikel genoemde kosten aan werkgever zijn doorbelast, kunnen deze kosten door de werkgever op de werknemer als volgt worden verhaald:

  • in de eerste twee maanden volledig;
  • in de derde maand tot 80%;
  • in de vierde maand tot 60%;
  • in de vijfde maand tot 40%;
  • en in de zesde maand tot 20%.