CAO Taxivervoer en CAO SFT 2014 – 2015

Belangrijkste wijzigingen

De belangrijkste cao-wijzigingen ten opzichte van de vorige CAO's hebben wij voor u op een rij gezet. Deze wijzigingen gaan in vanaf 1 januari 2014. Bekijk ook de volledige teksten van de CAO Taxivervoer (/718,0kB) en de CAO SFT (/212,5kB).

Looptijd, loonstijgingen en SFT premie

De CAO’s hebben een looptijd van 1 januari 2014 t/m 31 december 2015.

In 2014 stijgen de lonen niet. Niet met een structurele loonstijging en ook niet met een
prijscompensatie.

Vanaf 2015 stijgen de lonen met 1%. Daarnaast krijgt elke werknemer die op 1 november 2015 in dienst is een eenmalige uitkering van € 75,- (in november 2015 uit te betalen). Voor parttimekrachten en MUP’ers wordt dit bedrag naar rato toegekend.

De werkgever is aan de SFT een jaarlijkse bijdrage verschuldigd. Deze bedraagt over de periode van 1 mei 2014 tot en met 31 december 2014 0,9 % en over de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2015 0,6% van het brutoloon SV (inclusief vakantietoeslag), gemaximeerd tot het maximum premieloon Werkloosheidswet van het jaar waarop de heffing van de bijdrage betrekking heeft.

De werkgever houdt over de periode van 1 mei 2014 tot en met 31 december 2014 bij elke
loonbetaling 0,52% en over de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2015 0,35% in van het in de vorige alinea genoemde percentage.

Aangepaste loontabel rijdend personeel vanaf 1 januari 2014

Met ingang van 1 januari 2014 komt de huidige trede 1 te vervallen. Het loongebouw start dan met trede 2. Trede 2 wordt een volwaardige trede, dus de systematiek van het huidige loongebouw waarbij werknemer de eerste 4 maanden in trede 1 kan zitten en daarna 8 maanden in trede 2, komt te vervallen.

De jeugdlonen worden per 1 januari 2014 een percentage van trede 2 (en gaan dus wel omhoog).

Beleid trede onthouding wijzigt

In de nog lopende CAO taxivervoer is onder artikel 3.7.3 opgenomen dat werkgever bevoegd is een trede te onthouden in bepaalde situaties (denk aan schades veroorzaakt door aantoonbare schuld en verkeersovertredingen). Tevens staat in de tekst dat een werkgever die over gaat tot een trede onthouding dit uiterlijk 31 december schriftelijk kenbaar moet maken aan werknemer. Echter, vanaf 1 januari 2014 wordt de tekst van artikel 3.7.3 zodanig gewijzigd, dat werknemer per 1 januari 2014 geen trede onthouden kan worden.

Wat gaat dan wel gelden? Als u als werkgever op basis van artikel 3.7.3 constateert dat een werknemer eigenlijk per 1 januari 2014 een trede zou kunnen worden onthouden, gaat u voor 1 april 2014 met deze werknemer een gesprek aan. In dit gesprek maakt u kenbaar dat er eigenlijk reden was om een trede te onthouden, maar dat werknemer in 2014 de tijd krijgt om zich te verbeteren. U maakt een verslag van het gesprek. Begaat werknemer in 2014 bijvoorbeeld opnieuw overtredingen op basis waarvan u een trede kunt onthouden, dan kunt u per 1 januari 2015 wl een trede onthouden. Als u daartoe over gaat, moet u dat uiterlijk 31 december 2014 aan werknemer schriftelijk kenbaar maken.

Ook is in het nieuwe artikel verduidelijkt wat onder een verkeersovertreding van de lichtste categorie wordt verstaan.

Compensatie feestdagen ook in geld mogelijk

In de nieuwe CAO is opgenomen dat een werknemer kan aangeven of hij de gewerkte uren op een feestdag in geld uitbetaald wil hebben, of in tijd. De regeling houdt in dat een werknemer vr 1 januari van elk kalenderjaar voor dat gehele kalenderjaar moet aangeven of hij gewerkte feestdagen in geld of in tijd wil hebben. Hij moet deze keuze schriftelijk doen. Per e-mail mag ook. Maakt de werknemer geen keuze kenbaar? Dan geeft de werkgever binnen 14 dagen na de gewerkte feestdag een andere vrije dag terug als compensatie voor de gewerkte feestdag. Een werknemer kan dus ook vr 1 januari 2014 al kenbaar maken of hij een eventuele feestdag in 2014 in tijd of in geld uitbetaald wil hebben.

60 overuren/meeruren mogen mee

Vanaf 1 januari mogen werknemers een deel van hun gespaarde uren in tijd doorsparen. Voorheen kon dat niet en moesten alle resterende overuren/meeruren uiterlijk in januari uitbetaald worden. De werknemer mag met de nieuwe CAO afspraak maximaal 60 uur meenemen naar het volgende kalenderjaar. De werknemer moet dit uiterlijk op 31 december van elk kalenderjaar schriftelijk of per e-mail bij de werkgever aangeven. Geeft de werknemer dit niet aan? Dan betaalt de werkgever alle gespaarde uren in tijd gewoon uit in januari. Als een werknemer op 31 december van dit jaar (2013) al kenbaar maakt dat hij overuren/meeruren tot maximaal 60 uur mee wil nemen, dan is dat dus mogelijk.

In verband met deze wijziging wordt de bepaling 10% nabetaling ook aangepast. Voor werknemers die tot maximaal 60 overuren/meeruren meenemen naar een volgend kalenderjaar, geldt dus dat werkgever deze niet in januari hoeft uit te betalen. Echter, als werknemer geen uren mee wil nemen, moeten de overuren/meeruren die niet zijn opgenomen gewoon in januari uitbetaald worden. Doet een werkgever dat niet (of staat hij toe dat een werknemer meer dan 60 uur meeneemt) moet wel 10% extra nabetaald worden.

Loondoorbetaling bij ziekte

Per 1 januari a.s. geldt dat de hoogte van het loon bij ziekte berekend moet worden door het
gemiddelde aantal gewerkte uren over de voorgaande 12 betalingsperiodes te nemen. Overuren worden tot een maximum van 15 uur per week in de berekening meegenomen. Het gemiddeld aantal uren wordt vervolgens uitbetaald tegen het uurloon dat werknemer kreeg direct voorafgaand aan de ziekmelding.

Indien een werknemer korter in dienst is, of de arbeidsovereenkomst nog geen 12 maanden heeft geduurd, wordt het gemiddelde genomen over de periode dat werknemer in dienst is, of over de periode waarover die arbeidsovereenkomst geldt.

Proefplaatsing

Personeel dat via een proefplaatsing bij werkgever geplaatst wordt valt niet onder de CAO
taxivervoer. Maar telt wel mee in de berekening of een werkgever niet meer dan 15% personeel inzet, dat niet valt onder de werkingssfeer van de CAO taxivervoer.

Jaarurenregeling

In de CAO tekst is opgenomen dat de arbeidsuren en de daarop gebaseerde beloning worden
gemiddeld over een periode van maximaal 12 maanden, te rekenen tot 1 augustus van enig jaar. Voorheen moest gerekend worden vanaf 1 augustus. Door deze wijziging is het ook mogelijk om gedurende een schooljaar werknemers op basis van een jaarurenregeling in te zetten.

5 opleidingsdagen

Partijen hebben afgesproken dat werknemers recht hebben op 5 opleidingsdagen in 5 jaar.
Werkgever mag deze ook in n keer geven, maar dan alleen meteen in het begin, anders moet minimaal 1 dag per jaar aan opleiding besteed worden (wat ook kan - als voorbeeld - is 3 dagen in het eerste jaar en 2 dagen in het vierde jaar). Werkgever en werknemer bepalen onderling wanneer deze opleidingsdagen genoten worden en waaraan deze worden besteed. SFT zal een lijst opstellen van activiteiten waaraan deze opleidingsdagen besteed kunnen worden. Werkgevers en werknemers kunnen hiervoor suggesties aanleveren bij SFT.

Voor taxibedrijven die beschikken over TX-keur moet met de opleidingseisen van TX keur rekening gehouden worden. Taxibedrijven die beschikken over TX-keur voldoen al aan deze bepaling. Zij hoeven dus buiten de vereisten van TX-keur om niet nog eens 5 opleidingsdagen aan te bieden. Daarbij wordt er van uitgegaan dat het hier om volledige opleidingsdagen gaat.

Onder activiteiten die in het kader van opleidingsdagen kunnen worden ontplooid worden ook het houden van werkoverleggen, coachings- en functioneringsgesprekken geschaard.
De daadwerkelijk bestede tijd wordt per werknemer geregistreerd en gedurende 5 jaar bewaard. De registratie is voorzien van een handtekening van werknemer. En opleidingsdag staat gelijk aan 8 uur. Per 5 kalenderjaren worden dus tenminste 40 uur aan opleidingsactiviteiten besteed. SFT zal bij de CAO-controle via de site van TX-keur nagaan of een ondernemer TX-keur heeft of niet.

Overige scholingsafspraken

De opleidingstijd van een werknemer die ook OV werk doet wordt uitbetaald tegen het van
toepassing zijnde uurloon rijdend personeel. Deze tijd wordt dus niet tegen het OV-uurloon
uitbetaald.

De kosten gemoeid met het behalen van het rijbewijs, de wettelijke verplichte chauffeursexamens en eventuele andere voor de functie wettelijk vereiste scholing (niet zijnde scholing die een opdrachtgever verlangt) zijn voor rekening van werknemer. Onder eventuele andere voor de functie wettelijk vereiste scholingskosten, wordt bijvoorbeeld verstaan kosten die gemoeid zijn met opleiding en/of examens/toetsen benodigd voor de toegang tot het beroep van taxichauffeur (voorbeeld: tram/busbaan examens CCV, toetsen en cursussen al dan niet direct als vereiste opgenomen in een gemeentelijke taxiverordening).

Geen uitzondering meer voor MUP krachten

In de huidige CAO was opgenomen dat voor MUP krachten bepaalde CAO-artikelen niet golden (denk aan pauze artikel en feestdagen artikel). Per 1 januari 2014 komen die uitzonderingsbepalingen te vervallen en geldt de CAO ook gewoon voor MUP-krachten.

Zelf betalen van CAO controles

Bedrijven die een bedrijfsoordeel ‘onvoldoende’ krijgen van SFT moeten de eerstvolgende controle zelf betalen. Bedrijven die een bedrijfsoordeel ‘voldoende’ krijgen van SFT, maar wel n of meerdere ernstige overtredingen hebben, worden na 2 jaar opnieuw gecontroleerd. Indien zo’n bedrijf dan opnieuw n of meer van dezelfde ernstige overtredingen begaat, moet het bedrijf de controle zelf betalen. SFT heeft hiervoor een staffel opgezet, die afhankelijk is van het aantal dienstverbanden (op het moment van aankondiging van de controle).

 aantal dienstverbanden  bedrag (excl. btw)
 1 - 9  €   960,-
 10 - 49  € 1.440,-
 50 - 99  € 1.920,-
 100 - 199  € 2.400,-
 200 - 499  € 3.360,-
 500 - 999  € 4.800,-
 1000 >  € 6.240,-

 

15% inleenbepaling aangepast

Voor de berekening van de 15% inleenbepaling hoeft inhuur via social return niet meegenomen te worden. ZZP-chauffeurs (chauffeurs die zonder zelf over een taxivergunning beschikken, maar zich wel als chauffeur verhuren aan een taxibedrijf) vallen er wel onder. Net als personeel dat via proefplaatsing bij een werkgever wordt geplaatst.

Opbouw en opname vakantiedagen

De CAO is zodanig aangepast dat deze aansluit bij de nieuwe vakantiewetgeving. Met name de afspraak over de volgorde van opnemen van vrije dagen is belangrijk.

De volgorde van opname van vakantiedagen per kalenderjaar is als volgt:
a. De wettelijke vakantiedagen van vorig kalenderjaar.
b. De bovenwettelijke vakantiedagen van 5 kalenderjaren geleden.
c. De wettelijke vakantiedagen van het lopende kalenderjaar.
d. De bovenwettelijke vakantiedagen van 4 kalenderjaren geleden.
e. De bovenwettelijke vakantiedagen van 3 kalenderjaren geleden.
f. De bovenwettelijke vakantiedagen van 2 kalenderjaren geleden.
g. De bovenwettelijke vakantiedagen van vorig kalenderjaar.
h. De bovenwettelijke vakantiedagen van het lopende kalenderjaar.

De werkgever dient ter genoeg doening van SFT een deugdelijke verlof registratie te voeren. Indien SFT oordeelt dat de registratie onvoldoende is, dan geldt voor de wettelijke vakantiedagen een verjaringstermijn van 5 jaar in plaats van een vervaltermijn van 6 maanden.

Bekendmaken bedrijfsoordeel

Zodra alle werkgevers conform de nieuwe controlesystematiek van SFT zijn beoordeeld en een bedrijfsoordeel hebben gekregen, worden de bedrijven met bedrijfsoordeel ’voldoende’ via de website van SFT bekend gemaakt.

Aanpassing OPOV-regeling

Partijen hebben afgesproken de OPOV-regeling de komende periode nog eens goed tegen het licht te houden, maar vooruitlopend daarop is al wel afgesproken dat de overdragende partij na openbaar maken van een aanbesteding door de opdrachtgever, bij SFT al een lijst van betrokken personeel aanlevert. SFT publiceert deze vervolgens (geanonimiseerd) op haar website. Op die manier hebben inschrijvende partijen vooraf al een indruk van het betrokken personeel en de loonsom die daarbij hoort.

Dispensatie regeling

Als een werkgever of werknemer van mening is dat de CAO geheel of gedeeltelijk niet op hem/haar van toepassing is, dan kan hij/zij dispensatie aanvragen bij CAO-partijen taxi. In de CAO’s is opgenomen op welke wijze zo’n dispensatie verzoek ingediend moet worden, bij wie en waar men terecht kan als men het niet eens is met de uitspraak van CAO-partijen.

Diverse werkafspraken

Tot slot maakten CAO-partijen nog diverse werkafspraken om met elkaar nader te spreken over onder andere een Deltaplan taxi, het verduidelijken van bepaalde CAO-artikelen en de
pensioenregeling. Maar deze afspraken hebben nog geen direct gevolg voor de afgesproken CAO-teksten. Zodra over deze onderwerpen meer bekend is, informeren we u. 

 Naar boven